^Back To Top

Historische Vereniging Zuytlant

Giften

Een gift kunt u overmaken op IBAN: NL82 RABO 0119.3257.48
ten name van Historische Vereniging Zuytlant.
Uw gift is aftrekbaar mbt uw belastingaangifte.

De Stamboom van Zuidland

stamboomvanzuidland small

Alle Slandenaars verzameld
in woord en beeld 

Zuidland Ons Dorp

zuidlandonsdorp 
Foto's van en over alles dat
Zuidland bezig houdt

Doortrekkende militairen in Zuidland (fotokaart)

(Geschreven door C.B. Leering, bewerkt door Johan H. Wolters). Eerder verschenen in Nieuwsbrief nummer 50 (2004).

Deze foto, dateert uit het jaar 1901, het toont slechts een klein gedeelte van het Beneën, nu de Breedstraat. We zien hier namelijk een lange colonne manschappen van de Koninklijke Nederlandse Marine, op doortocht tijdens een grote dagmars. 
Vooraan, met de martiale helmen op de mariniers, 't geweer aan de schouder. Achter hen de matrozen, de Jantjes, met de heldere braniekragen en de mutsen met wapperende
linten. Uit de ruststand kunnen we niet opmaken of ze juist zijn aangekomen, of dat ze wachten op het commando, weer te vertrekken.

Deze mars ging verder over Abbenbroek en Heenvliet naar Nieuwesluis en dan langs het Kanaal huiswaarts, Hellevoetsluis. De twee huizen op de foto waar we recht tegen aan kijken zijn: links het woon- en winkelhuis, rechts de bakkerij van de gebroeders His (afkorting van Hiskia) en Bertus van der Schelling. Het winkelhuis staat op de hoek van Beneën en de Barakken. Van deze straat die doorloopt tot aan de heul bij 't begin van de
Steenen Weg, zijn slechts twee huizen te zien. Het eerste is het brandstoffenpakhuis van Jacob Elshout, die woonde in het lage huisje er naast. Behalve zijn brandstoffenhandel had Elshout tegenover zijn woning een schoenenzaak, voorheen Jac. Groeneveld. Later woonde de familie Elshout in dat winkelhuis aan de overzijde. Achter de bakkerij ziet men het dak van de grote landbouwschuur staande op de Oude Werf, waarin het vlasbedrijf van L. Peters werd uitgeoefend. De leiders van dit bedrijf waren toendertijd C. Arkenbout en zijn zoon P. Arkenbout. Op hetzelfde terrein ongeveer, slechts door een afrastering van de vlasschuur gescheiden, stond de Gereformeerde Kerk met pastorie. Het kerkdak is op de foto nog net te zien. Daarachter in de wazige verte, de populieren langs de Verlorenkost, een doodlopend weggetje. Tussen de bakkerij en het witte huis door loopt een zijwegje naar de Achterweg (Nijverheidsstraat).
Aan dat weggetje stond de School met de Bijbel. Aan de Achterweg stonden in die tijd van de foto nog geen woningen.

Een vieze sloot liep er langs tot aan de Gooidijk toe. In het witte huis woonde Teun vanTrigt, de kleermaker. Teun de kleermaker was een zoon van Kommer van Trigt, die vele jaren lang als postbode en besteller in de
gemeente de P.T.T. heeft gediend. Het huis, dat vooraan rechts op de foto slechts voor een klein gedeelte zichtbaar is, werd bewoond óók door een Kommer van Trigt, die wagenmaker was. Als men de doorgang tussen beide huizen was gepasseerd, kwam men op een grote werf, waar zich de wagenmakerij bevond. Hier werd door de baas en zijn drie zoons, Jacob, Jan en Engel, nieuw werk gemaakt, boerenwagens, krossen, melkkarren en werden aan allerlei soorten gerij de nodige reparaties verricht.
De grote schuur, waarin zich de werkplaats bevond, kon men tevens de dorpswaag noemen. In een van de hoeken hing namelijk een reusachtige weegschaal. Hierop werden in de slachtmaand de varkens gewogen, die door de boeren aan de burgers geleverd werden. Huisslachting was in de tijd rond 1900 vrijwel algemeen.
Arbeidersgezinnen mestten zelf hun varken. Denk evenwel niet, dat dit een gemakkelijke zaak was. 't Begon met de aankoop van een biggetje, waarmee al gauw tien á twaalf gulden gemoeid waren. En dan maar proberen, het beestje voorspoedig te laten opgroeien. Maar een varken krijg je niet groot en zwaar en vet met aardappelschillen, gras en koolbladeren. Er moet krachtvoer aan te pas komen. Niet weinig ook! En erwten, mais en meel waren duur. Naarmate het beest groeide namen de kosten toe. Vooral de laatste maanden van zijn bestaan moest een belangrijk deel van het weekloon besteed worden, om de keu niet alleen in leven te houden, maar ook om hem nóg zwaarder en vetter te laten worden. Er waren gevallen, dat op de boterhammen der kinderen bezuinigd moest worden,. Maar als dan alles goed gegaan was, als de varkensziekte geen ramp over de familie had gebracht, als in november een volle spekkuip in de kelder stond en de hammen en worsten aan de zolder hingen, dan voelden vader en moeder en kinderen zich gelukkig en rijk en welgemeend was de felicitatie van buurman in de gebruikelijke bewoording: "Geluk met d'n dooie!"