^Back To Top

Historische Vereniging Zuytlant

Giften

Een gift kunt u overmaken op IBAN: NL82 RABO 0119.3257.48
ten name van Historische Vereniging Zuytlant.
Uw gift is aftrekbaar mbt uw belastingaangifte.

De Stamboom van Zuidland

stamboomvanzuidland small

Alle Slandenaars verzameld
in woord en beeld 

 

 

Ook Zuidland heeft de Tweede wereldoorlog heel dichtbij meegemaakt. Getroffen door een bombardement, terwerkstellingen, de razzia's, de deportage van de in Zuidland woonachtige Joden en executies. In dit gedeelte vindt u artikelen over deze roerige periode.

Deze documentatie is voornamelijk geciteerd uit de boeken die reeds zijn geschreven door S. de Hoog (Zuidland Dorp uit het Niet), R. Bakker (Zuidland), Joh. van Toledo (Grepen uit de Geschiedenis van Zuidland), en L.W. Hordijk (Het Archief van het Ambacht van Zuidland 1551-1811 van het Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg), alsmede archiefstukken van de Historische Vereniging Zuytlant

Stolpersteine

Stolpersteine Ring 2Al weer meer dan 70 jaar geleden is het dat uit ons land veel mensen werden opgepakt, alleen maar omdat ze Joden waren. Een zwarte periode in onze geschiedenis.
Bij vele ouderen onder ons leven de herinneringen nog aan die tijd. Maar met de jaren dreigen die te verdwijnen. Tastbare herinneringen in Zuidland, zoals het vernoemen van een straatnaam naar de familie Levie,
kunnen helpen die nare tijd te verwerken. Op 21 juni 2012 kwamen er een paar geheugensteunen bij, in de vorm van Stolpersteine (struikelstenen). 


De Stolpersteine werden gelegd door Gunther Demnig, de man die het idee daarvoor heeft bedacht en uitgewerkt.
Hij ziet het leggen als een levenstaak. Ruim 30.000 stenen liggen al in diverse Europese landen.Onder grote belangstelling kon hij op 4 plaatsen een bijdrage leveren de herinnering aan de gedeporteerde Joden levend te houden.
Dat juist veel schooljeugd daarbij aanwezig was, werd zeer op prijs gesteld. Zij namen ook deel aan de plechtigheid door de steen aan te reiken, een gedicht, aansteken van een lichtje of een muzikale bijdrage.

 

Lees meer:  Stolpersteine

Fietje Levie, zomaar een meisje uit Zuidland.

Ter gelegenheid van het leggen van de Stolpersteine in Zuidland op 21 juni 2012 werd voor de scholen een lesbrief gemaakt. Onderstaand verhaal is hieruit afkomstig, samengesteld door mw Riet de Leeuw van Weenen, bekend door de boeken "Een kille in de mediene, Joods leven in Zuidland" en "Matsewa, Joodse begraafplaatsen op Voorne-Putten. Geervliet en Zuidland".


Op 4 juni 1943 wordt de achttienjarige Fietje Levie uit Zuidland vermoord in het vernietigingskamp Sobibor in Polen. In dat kamp werden veel Joodse mensen om het leven gebracht. Fietje was een Joods meisje.

Sobibor was één van de vernietigingskampen van de Duitse nazi's, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog dit soort gruwelijkheden plaatsvonden. Zij waren speciaal gebouwd om grote groepen mensen te vermoorden in gaskamers. Bekende namen van andere vernietigingskampen zijn Auschwitz en Treblinka.

SopieLevieFietje wilde graag kleuterjuf worden. Ze had vriendinnen die veel bij haar thuis kwamen spelen en één daarvan was Rina van der Bom die in Geervliet woonde. Toen Fietje niet meer na 8 uur 's avonds op straat mocht en niet meer bij andere kinderen mocht spelen en er ook geen vriendinnetjes bij haar mochten spelen,
kwam Rina ieder weekend bij Fietje logeren.
Dat mocht ook niet, maar Rina deed het toch. Ze deden dan spelletjes en hadden samen veel plezier.

 

De Jodenvervolging in Zuidland.
Toen de Duitsers op 10 mei 1940 ons land binnenvielen, woonden er twee families Levie in Zuidland. Zij woonden hier al 120 jaar. Ze waren echte Slandenaars.
Al snel maakten de Duitsers het hen moeilijk, samen met de Nederlandse politie en ambtenaren. Zij kregen een grote J op hun persoonsbewijs gestempeld, zodat bij een controle meteen duidelijk was dat zij Joods waren. Er kwamen meer anti-Joodse maatregelen. Joodse leraren werden ontslagen. Daarna verschenen in alle openbare gebouwen bordjes met "Verboden voor Joden" en "Joden niet gewenscht".
In september 1941 moesten alle Joodse kinderen van hun school af en naar een school voor Joodse
kinderen. Fietje moest met Ben Wessels uit Oostvoorne, Roosje Gazan uit Brielle en Charles Levie uit
Spijkenisse van de Ulo in Hellevoetsluis naar de Joodse Ulo in Rotterdam: daar gaven Joodse leraren
les. Ook zij mochten niet meer op een gewone school les geven. Joodse dokters mochten alleen nog

maar Joodse mensen behandelen, Joden mochten in parken en plantsoenen alleen nog maar op speciale banken zitten, later waren de parken ook verboden terrein. 

 

Ze moesten hun auto's, fietsen en radio's inleveren. Ze mochten ook niet meer met openbaar vervoer, niet meer telefoneren. 's Avonds niet meer hun huis uit en ook geen niet-Joods bezoek ontvangen. Overdag ook niet bij niet-Joden op bezoek. Niet meer naar het zwembad of de speeltuin. Joden mochten niets meer.
Toen kwam in mei 1942 de dag dat ze allemaal vanaf 6 jaar een gele ster met het woord 'Jood' op hun kleren moesten dragen, zodat ze altijd goed herkenbaar waren. Die sterren moesten ze voor 1 gulden per stuk kopen. Ook Fietje moest een ster op, op haar jas en op haar jurk. 


En het werd nog veel erger. 
In augustus 1942 moesten veel jongeren vanaf 18 jaar zich melden voor een werkkamp in Duitsland. Als zij niet kwamen zouden de vaders worden opgehaald. Daarom
vertrokken Nathan Wessels uit Oostvoorne, Salomon, Hanny, Miep en Roosje Gazan uit Brielle.
In hun koffer zat warme kleding en goede schoenen, ze moesten naar Polen en daar was het koud.
Op 17 augustus werden ze door hun vader naar het tramstation gebracht. Het trammetje reed eerst naar Loods 24 in Rotterdam: dat was een verzamelpunt. Vandaar naar Westerbork en vervolgens naar Auschwitz. Eind september waren ze niet meer in leven. Maar dat kon niemand bedenken, de ouders bleven hopen op een brief. 

Pienas, de vader van Meijer en Fietje, had er voor gezorgd dat zij niet weg hoefden. Ze kregen hiervoor een speciaal stempel in hun Persoonsbewijs. Toch was er altijd spanning en er werden alvast koffers met kleding klaargezet. Wekenlang zijn Fietje en haar vriendin Rina samen bezig geweest om kleren in orde te maken voor het geval de familie toch nog opgeroepen werd. Intussen  werden allerlei spullen in bewaring gegeven bij vrienden. Want als ze weg moesten, konden ze niet alles meenemen. Er waren mensen die dit hebben gehoord en gezien en het hebben doorverteld en het werd verder doorverteld.

Begin oktober 1942 werd Meijer 
samen met oom Maan gearresteerd. Ze moesten vertellen bij wie zij hun spullen hadden verstopt. Voor straf moesten ze naar het politiebureau in Rotterdam en daarna naar Westerbork waar ze in de gevangenenbarak kwamen. Meijer en Maan werden op 10 november met totaal

758 mensen in een trein naar Auschwitz gestuurd. Ergens onderweg, bij Kosel, stopte de trein en daar moesten Maan en Meijer en nog veel meer mannen, uitstappen. Zij moesten naar een ander kamp om heel hard te werken. De trein reed daarna verder naar Auschwitz. 
Op 28 oktober 1942 werden de Joodse families uit Spijkenisse, Zuidland, Heenvliet en Hellevoetsluis uit hun huis gehaald en naar het tramstation gebracht. De families uit Oostvoorne en Brielle waren toen al weg. Met het trammetje reden ze eerst naar Loods 24 in Rotterdam. Hier werden veel koffers afgepakt en Fietje kreeg hem ook niet meer terug.
De meeste mensen werden hiervandaan doorgestuurd naar Westerbork en vandaar naar een concentratiekamp in Duitsland of Polen. Sommigen gingen naar Amsterdam en moesten in de Hollandse Schouwburg wachten wat er verder over hen werd beslist. Vader Pienas en alle andere families moesten
naar Westerbork. Fietje en haar moeder Mina konden in Amsterdam blijven en zijn daar bij familie gaan wonen in de Louis Bothastraat.
Daarvandaan schreef Fietje brieven aan haar vriendin Rina van der Bom en buurmeisje Jannie Mooldijk. Deze brieven zijn bewaard. Fietje ging helpen in een kleuterschool en had het er heel fijn. Ze schreef aan Rina over haar leven van alle dag. 

Rina stuurde af en toe een pakje met iets lekkers of iets wat Fietje en haar moeder konden gebruiken en gaf dat mee aan beurtschipper Kortenbout in Brielle. Deze man nam stiekem veel pakjes mee en zorgde dat ze bij Joodse families in Amsterdam kwamen.


Kamp Westerbork, Boulevard des MiseresBij een grote razzia in Amsterdam, in mei 
1943, werd Fietje ook opgepakt en moest naar Westerbork. Haar moeder bleef toen alleen achter in Amsterdam. Fietje is maar een paar dagen in Westerbork geweest. Haar vader was daar ook nog. In de vroege morgen van 1 juni werd haar naam genoemd en moest zij met nog 3005
mensen naar de gereedstaande trein. Een tijdje later kreeg Rina een brief die Fietje aan iemand had gegeven of uit de trein gegooid. Ze schreef hierin dat ze jong was en sterk, dus dat ze vast wel terug zou komen. Maar de trein reed naar Sobibor en daar maakte het niet uit of je jong was en sterk. Sobibor was een vernietigingskamp. De trein kwam op 4 juni aan op het kleine station. Nog dezelfde dag werd bijna iedereen uit de trein vermoord. 


 

Het drama van Bolnes

wo2Het drama aan de Donckselaan te Bolnes (Ridderkerk).
Eén van de meest trieste momenten, die in Ridderkerk plaatsvond was de moord op zeven Nederlandse burgers door Duitse soldaten aan de Donckselaan te Bolnes op 8 mei 1945, drie dagen na de officiele bevrijding.

Zuidlander Wim Kramer, werd door dit drama levenslang blind. Hij kwam oorspronkelijk uit Zuidland en was ondergedoken bij de familie Van Splunder aan de Donckselaan.
Hij is later gehuwd met zijn verloofde, waarmee hij samen in de kelder van het huis van de dokter was weggekropen. De gehuwden hebben nog drie kinderen gekregen en Wim Kramer heeft ondanks zijn blindheid tot zijn 70ste jaar de kost voor het gezin kunnen verdienen met een groothandel in zoetwaren in Zuidland (de ingang van deze groothandel zat aan de Dr. A. Kuyperstraat (dit was de achterzijde van het pand aan de Ring 11)).

Het volledige verhaal kunt u lezen via deze link (klik hier).
Dit verhaal is onderdeel van het boek “Ridderkerk in de Tweede Wereldoorlog” van Stichting Oud Ridderkerk en staat gepubliceerd op de website van de Gereformeerde Basisschool De Driemaster te Ridderkerk.
Let op: dit verhaal linkt naar een PDF bestand die u met een programma als Adobe Acrobat of soortgelijk kunt openen en lezen.

 

 

Oorlogskalender (deel 1)

DIT IS HET EERSTE GEDEELTE VAN DE OORLOGSKALENDER. HET VOLLEDIGE VERHAAL IS ALS BOEKWERK TE KOOP BIJ DE HISTORISCHE VERENIGING ZUYTLANT. 

Van de hand van de heer P. Buis zijn in de nieuwsbrieven van de midden jaren negentig stukken verschenen die tesamen een oorlogskalender vormen.

Dhr Buis stelde dit samen aan de hand van zijn eigen ervaringen en herinneringen als jongetje (van 6 jaar toen de oorlog begon), het archief van de Gemeente Zuidland en het boek "Zuidland Dorp uit het niet" van S. de Hoog en natuurlijk de verhalen uit de overlevering. Een heel belangrijke bron was echter de persoonlijke aantekeningen van de heer A.E.C. van der Pols die alle belangrijke gebeurtenissen in Zuidland tijdens de oorlog had bijgehouden op datum.

Begin 1937
In Nederland wordt een boekje verspreid, getiteld: 'Hittler - Een poging tot verklaring' door M.Dekker'.
Wat de inhoud van dit boekje was is mij niet bekend. Kennelijk was die op zijn zachtst gezegd negatief, want de officier van Justitie zag er aanleiding in om bij de burgemeesters te informeren of ook in hun gemeenten dat boekwerkje was verspreid. Ook de burgemeester van Zuidland, toen G. van Andel, ontving een verzoek om opgave te doen voor de gemeente Zuidland. Op 22 april 1937 berichtte de burgemeester de officier van justitie, dat hem van de verspreiding in Zuidland van genoemde pennevrucht niets was gebleken. 
Waarom dit werd vermeld?
Wel, de naam "Hitler" gaf blijkbaar toen al stof om als Nederlandse regering uiterst waakzaam te zijn. Zag men de bui al hangen met name wat betreft Adolf Hitler?

Eind april 1940
Eenheden van het Nederlandse leger worden op verschillende plaatsen in Zuidland ingekwartierd.
In de periode van 22 april t/m 14 mei werd bij 28 Zuidlandse boeren in totaal 30131 kg hooi gevorderd voor de legerpaarden.
Op 9 mei 1940 werd Willem vd Stelt te Hekelingen door burgemeester G. van Andel aangesteld als taxateur voor het hooi. De getaxeerde bedragen per 1000 kg hooi, die uitgekeerd werden aan de boeren, liepen uiteen van f 49 tot f 53 gulden.
Op 14 mei waren er dus nog Nederlandse soldaten in Zuidland. Toen was de oorlog al vier dagen aan de gang.
Deze soldaten bleven, anders dan hun kameraden in Rotterdam, in en bij Den Haag, bij de Moerdijk, op de Grebbeberg en op verschillende andere plaatsen, buiten de strijd.
Aan de Haasdijk werden inderhaast nog stellingen gegraven. De Zuidlander A. Quak herinnert zich nog, dat hij vrijwillig graafwerk verricht heeft aan de Haasdijk t.b.v. het Nederlandse leger. Op de tweede Pinksterdag (13 mei) werd vanuit een vliegtuig geschoten op de stellingen. Een buurmeisje dat samen met een vriendin een eindje om fietste was juist in de buurt van de stellingen toen het vliegtuig begon te schieten. Door snel van de fiets te springen en dekking te zoeken wisten zij zich veilig te stellen. Toen het meisje bij haar thuiskomst het verhaal aan haar ouders vertelde kreeg zij een stevig reprimande met de opmerking van haar moeder erbij: "Wat doe je ook in de vuurlinie".

10 mei 1940 (4 uur)
"Wakker door schieten. Het is oorlog"
Deze notitie is uit de zakagenda van de Zuidlander A.E.C. van de Pols, wiens aantekeningen ik herhaaldelijk zal citeren, afgewisseld door gegevens uit het gemeente-archief en af en toe voorzien van mijn eigen commentaren.
Ik was toen nog maar 6 jaar, dus veel herinner ik me niet meer van die eerste oorlogsdag, maar dat schieten herinner ik mij nog wel. Naar ik meen kwam het voornamelijk uit de richting Rotterdam. De 10e mei bleef Zuidland gelukkig gespaard voor het eigenlijke oorlogsgeweld. De luchtbeschermingsdienst was paraat en noteerde in haar uitkijkpost in de toren de gegevens over de overvliegende vliegtuigen en gaf die door aan de militaire instanties.
De tiende mei gebeurde er in Zuidland toch nog iets anders. Op last van het militair gezag werden 17 Zuidlandse N.S.B.-ers geinterneerd in Hellevoetsluis. Lees, wat burgemeester G. van Andel hierover schrijft in een brief aan de Procureur-Generaal (de spelling heb ik hier en daar aangepast aan de huidige spelling):

  • Op de 10e mei 1940 verscheen voor mij de Rijksveldwachter alhier, die wist, dat ik tot die dag niemand had laten arresteren, om dat het mij tegen de borst stuitte, ingezetenen, die geen bepaalde feitelijkheden tegen de openbare orde hadden gepleegd, voor zover mij bekend was, van hun vrijheid te beroven. Hij had een lijst bij zich en deelde mij mede, dat dat een lijst was, die bij een der voormannen van de N.S.B. te Hellevoetsluis was gevonden, althans een afschrift of uittreksel daarvan. Hij zei: "Burgemeester, al deze mensen moeten nu naar Hellevoetsluis worden gebracht, op last van het militaire gezag". De burgemeester van Hellevloetsluis had hem dit namens dat gezag opgedragen.
  • Aangezien het oorlogstoestand was en dus zowel mijn ambtgenoot te Hellevoetsluis als de ondergetekende en de Rijks- en gemeentepolitie ondergeschikt waren aan het militaire gezag, kon slechts worden gehoorzaamd. Ik zorgde dus, dat het overbrengen zo goed en behoorlijk mogelijk geschiedde, namelijk in auto's. Het ware de volgende personen (dan volgen de namen van 17 personen). Op 14 mei is nog overgebracht, op last van zich hier toen bevindende militairen (dan volgt nog de naam van 1 persoon). De 15e mei zijn allen weer vrijgelaten.
    Schriftelijke bevelen hebben mij niet bereikt. Toen die mensen werden overgebracht verwachtte ik, dat zij die het bevel tot hunne overbrenging hadden gegeven, ze te Hellevoetsluis zouden horen. Later vernam ik, dat dit niet is geschied".

De geinterneerden werden vervoerd door het taxibedrijf van wijlen C. Stoof, toendertijd gevestigd an de Gooidijk (thans Stationsweg). Een kort commentaar is hier op zijn plaats. Voor de oorlog al had de Nederlandse regering lijsten laten maken van staatsgevaarlijk geachte Nederlanders en vreemdelingen. Die lijst bevatte nog geen duizend namen voor het gehele land. Maar omdat men de N.S.B.ers er van verdacht daadwerkelijk hulp te verlenen aan de Duitsers, door middel van het verstrekken van militaire en andere belangrijke inlichtingen en zelfs van het schieten op de eigen burgers liet het militair gezag in de verwarring van de eerste oorlogsdagen zoveel mogelijk N.S.B.-ers oppakken. Ook mensen die niet op de bewuste lijst voorkwamen. Zo kwam het dat tienduizenden Nederlanders werden geinterneerd. Zo kwam het ook dat de Zuidlandse N.S.B.-ers in Hellevoetsluis terecht kwamen en daar enkele dagen werden vastgehouden.

14 mei 1940
Op die dag noteerde vd Pols in zijn zakboekje:
"Schuildkelder gegraven, Rotterdam in brand, wapenstilstand. Zeeland blijft doorgaan".

De familie vd Pols achtte het kennelijk raadzaam veiligheidsmaatregelen te treffen voor de eigen familie en maakte een schuilkelder op eigen terrein.
Rotterdam in brand - Dat was die avond goed te zien. De hemel boven Rotterdam was bloedrood. Kilometers ver in de omtrek was dat waar te nemen, niet alleen op de 14e mei, maar ook de dag daarna. Het hart van de stad was door de Duitsers weggebombardeerd teneinde de capitulatie van het Nederlandse leger te forceren. Wat in de binnenstand nog overeind stond werd een prooi van de vlammen. De legerleiding, vrezend dat nog andere steden gebombardeerd zouden worden besloot tot capitulatie. 
Het Nederlandse leger, dat op sommige punten zo moedig en verbeten weerstand had geboden aan de fanatieke Duitsers, zo ook b.v. bij de Maasbruggen in Rotterdam (daar waren het voornamelijk de mariniers), werd gedwongen de wapens neer te leggen.
Alleen in de provincie Zeeland vochten eenheden van het Nederlandse leger samen met de Fransen, die inderhaast werden ingezet, nog door. Op de avond van de 14e mei had A. Quak dienst in de toren voor de luchtbeschermingsdienst. Het schouwspel, dat brandend Rotterdam opleverde, gezien vanuit de hoge uitkijkpost, was ronduit fascinerend.

21 mei 1940
"In verwoest Rotterdam geweest" zo noteert vd Pols.
Hoewel er verder niets over wordt vermeld, mag wel worden aangenomen dat hij diep onder de indruk naar Zuidland terugkeerde.

25 mei 1940
"Piet weer thuis. Met groot verlof"
De rol van het Nederlandse leger was uitgespeeld. De soldaten werden naar huis gezonden. Zo ook Piet van der Pols, de broer van Adri van der Pols. Later moest het kader van het Nederlandse leger zich melden om in krijgsgevangenschap te gaan. Er waren in mei 1940 verschillende Zuidlandse jongens in militaire dienst. Ook zij kwamen een voor een naar huis.

5 juni 1940
In de nacht van 5 op 6 juni 1940 werd een paard van de landbouwer P. Blaak, blijkens een memorandum van dierenarts L. Lageweg te Heenvliet: "getroffen door een granaat(bom)scherf, uitgeworpen door een Engels vliegtuig en waardoor dit paard zodanig werd verwond, dat het dier ervan gestorven is."

6 juni 1940
"Engelse bommenwerper gevallen, in brand, bij Simonshaven" 
Het feit is zo simpel als het maar zijn kan door van der Pols vermeld. Later is vastgesteld, dat het hier betrof een Wellington van de Royal Air Force (RAF). Er waren 2 doden te betreuren. Zij zijn in het Haringvliet terecht gekomen.

Van A.Quak ontving ik nog de volgende aanvulling:
"Er is achter de boerderij van Verweel (Biert) in de wegberm een vliegtuig neergestort en verzonken in de drassige bodem. De familie Pijl heeft opdracht gekregen dit vliegtuig uit te graven. Ook was G. Pijl getuige van het brandend neerstorten van een vliegtuig in het Haringvliet. Twee leden van de bemanning van dit vliegtuig zijn nog bij G. Pijl in de woonark geweest".

15 juni 1940
Op die dag werd de gemeente Zuidland gedwongen de volgende overeenkomst met de Duitse Wehrmacht te sluiten:
"De gemeente Zuidland heeft aan de Duitse weermacht de volgende zaken geleverd: vijftien stoelen, een kachel, drie tafels, vier lampen, deze bevinden zich in het huis Steenenweg 396 (thans Raadhuisstraat 44).
Verder heeft de gemeente Zuidland aan de Duitse weermacht kosteloos geleverd, een lichtleiding, een radio-ontvangtoestel en de arbeidskrachten voor het bouwen van twee barakken en een uitkijktoren. De kosten welke de gemeente Zuidland daardoor heeft, wroden aan het einde van de oorlog daardoor gedekt, dat die beide barakken, uitkijktoren en latrine in eigendom der Gemeente Zuidland overgaan. De Gemeente Zuidland heeft na deze overeenkomst geen vorderingen meer aan de Duitse weermacht, tot heden en voor zover het bovengestelde aangaat. Overeengekomen de 15e juni 1940"

De overeenkomst was in het Nederlands en in het Duits gesteld. Voorts bevindt zich in het gemeente-archief een kopie van een vorderingsbewijs d.d 16 juni 1940 van de "Dienststelle Feldpoststelle no L 17700". Gevorderd werd : "66m2 van de weg "Huis en Hof", eigenaresse de Woningbouwvereniging "Huis en Hof" te Zuidland.
Als doel werd opgegeven: "Plaatsen van een motor". 
Op hetgeen in de overeenkomst van de 15e juni inzake de bouw van barakken en uitkijktoren en hetgeen in het vorderingsbewijs van 16 juni is vermeld, kom ik later nog terug.
Want die beide officiele stukken troffen de toebereidselen voor de opstelling van een militaire post, die in 1941 het bombardement van Zuidland zou uitlokken.

19 juni 1940
"Broodkaart 2 kg per week, 's morgens brood, 's middags aardappelen, 's avonds brood en pap."

25 juni 1940
"Extra broodkaart 150 gram."

In die dagen begon de distributie van levensmiddelen en andere zaken op gang te komen. Waren de rantsoenen aanvankelijk nog voldoende om geen honger te lijden, in de volgende oorlogsjaren zouden deze teruglopen tot ware hongerrantsoenen. Met name in de grote steden zou het zo erg worden, dat de mensen van honger en ondervoeding stierven. In Zuidland was men beter af, want daar kon men in de meeste gevallen nog bij de boer aankloppen, als men zelf geen land of tuin bezat.

28 juni 1940
De gemeenteraad van Zuidland is weer bijeen, voor het eerst na het uitbreken van de oorlog.
Ik citeer uit de notulen van deze gemeenteraadsvergadering:
" De voorzitter zegt: deze vergadering niet te willen voortzetten zonder even te wijzen op de zeer belangrijke veranderingen, die hebben plaats gegrepen sedert de Raad de vorige maal bijeen was. Daar is veel gebeurd, veel waarom wij kunnen treuren; maar daarnaast hebben wij te bedenken, dat we weer vooruit moeten, wijl het leven voortgaat en zijn eisen blijft stellen. Laten wij, zo zegt spreker, dan allen voortgaan, bezield met moed en vertrouwen en met de hartgrondige wens, dat alles wat is geschied, tenslotte mag uitlopen op en medewerken aan het heil van ons land en volk".

Hoe voorzichtig gesteld! Had burgemeester van Andel, die toen tevens gemeentesecretaris was, er toen al een vermoeden van dat goed op je woorden moest letten, op wat je sprak of wat je schreef?
Had hij misschien al een voorproefje gehad van het optreden van de 
Duitsers omstreeks de 15e juni, toen hij de eerste overeenkomst met de Duitse wehrmacht moest afsluiten?
Het zijn eigenlijk maar een paar volzinen die slechts een aanduiding geven van het grote leed dat over Holland gekomen was. Toch had Burgemeester van Andel niet geheel en al zijn vertrouwen in de toekomst verloren, getuige de laatste zin van het citaat. Weinig kon hij vermoeden dat een jaar later de colleges van burgemeesters en wethouders, de gemeenteraad en de provinciale staten en gedeputeerde staten en gemeentelijke en provinciale commissies zouden worden opgeheven. Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris, achtte de gezagsverhoudingen in Nederland onaanvaardbaar. Die moesten op de NIeuwe orde worden afgestemd, met andere woorden: het leidersbeginsel (het Fuhrer-prinzip) moest worden ingevoerd in de provinciale en gemeentelijke besturen. In een verordening van 12 augustus 1941 werd een en ander gepubliceerd, met als gevolg, dat ook Zuidland zonder B & W en zonder gemeenteraad verder moest, met alleen maar de burgemeester aan het hoofd, die het dus eigenlijk alleen voor het zeggen had, voorzover dat was toegestaan door de bezetter. 
Vermeldenswaard in dit verband is, dat noch de notulen van B & W, noch de raadsnotulen van deze machtsoverdracht melding maken. De raadsvergaderingen houden abrupt op op 27 augustus 1941, zonder dat uit een enkele aantekening uit de notulen blijkt wat er eigenlijk aan de hand was en pas op 7 november 1945 vergaderede voor de eerste maal na de oorlog weer de zgn. "noodgemeenteraad". Daar begint weer de officiele verslaglegging van de gmeenteraadsvergaderingen. Hetzelfde liedje bij de notulen van B & W. Op 29 augustus 1941 is de laatste B & W vergadering gehouden. Deze notulen houden ineens op aan het begin van een zin. Zij zijn niet eens afgemaakt. Ook zijn zij niet getekend.
De eerste naoorlogse B & W notulen zijn van de vergadering van 28 juni 1945. Ook hierin geen enkele verklaring over de merkwaardige gang van zaken.

12 juli 1941
"Lucht- en lichtschouwspel"

Wat van der Pols hier bedoelt zal niet duidelijk zijn voor de lezer die de oorlog niet heeft meegemaakt.
Dikwijls trokken er 's-avonds en 's nachts Engelse vliegtuigen over om bombardementen uit de voeren op Duitse steden. De Duitsers hadden overal in Nederland zoeklichten en afweergeschut opgesteld, om te trachten die Engelse toestellen in de stralenbundels van de zoeklichten te vangen en als dat gelukt was werd er hevig door het afweer geschut op de vliegtuigen geschoten, oa met lichtspoormunitie. De Engelse piloten waren echter ook niet van gisteren en door het maken van speciaal ingestudeerde vliegbewegingen, zoals rolls en loopings en hoe die bewegingen verder heten mochten, trachtten zij uit de zoeklichtstralen te duiken, wat niet altijd, maar wel vaak gelukte. Vergeet niet, dat de vliegtuigen van die tijd veel minder snel waren dan de straaljagers van tegenwoordig. Daartegenover stond dat de toenmalige propeller-vliegtuigen op de vierkante meter veel wendbaarder waren en dat zij de dolste capriolen konden uitvoeren binnen een zeer klein stukje luchtruim.
alles bij elkaar: de stralenbundels van de zoeklichten, de lichtspoormunitie, de buitelingen van de vliegtuigen, leverden soms in het donker fantastische schouwspelen op.

12 oktober 1940
"5 bommen bij Abbenbroek"
Van der Pols geeft niet aan, waar de bommen vielen. Waarschijnlijk was dit aan de Oudelandsedijk.

24 oktober 1940
Op deze dag wordt door de gemeente een openbare bekendmaking gedaan inzake de vaststelling van de verordening betreffende schaderegeling voor door de Duitsers gevorderde grond en opstallen. Voor landbouwgronden zal worden vergoed het bedrag der jaarlijkse pachtwaarde. Voor andere gronden 2/3 deel van de jaarlijkse huurwaarde.

25 oktober 1940
Van der Pols: "Weer zonder overhemd gaan slapen, het was 's nachts nogal eens druk in de lucht, plus afweer".

Er zullen in die tijd wel meer mensen zijn geweest die gekleed naar bed gingen, gezien de vrees voor bombardementen en beschietingen.

8 november 1940
Van der Pols: "Sinds 10 mei schade Rotterdam 270ha groot, 2,5 tot 3 miljoen kuub puin. 30.000 ruimers met 1000-1500 auto's, 12 miljoen gulden"
Nederland had 1400 schepen laten zinken. Die cijfers zal Van der Pols wel ergens vandaan hebben gehaald. Wat betreft de schepen, dat waren grotendeels binnenvaartschepen.

7 november 1940
Openbare bekendmaking door de gemeente betreffende het indienen van verzoeken om vergoeding voor het doen van leveringen en verrichten van diensten t.b.v. de Reichsarbeitsdienst.

Einde deel 1.

 DIT IS HET EERSTE GEDEELTE VAN DE OORLOGSKALENDER. HET VOLLEDIGE VERHAAL IS ALS BOEKWERK TE KOOP BIJ DE HISTORISCHE VERENIGING ZUYTLANT. 

Tweede wereldoorlog

Over de tweede wereldoorlog vermelden wij het volgende: "In de nacht van dinsdag 17 op woensdag 18 juni 1941" - wij beginnen met het citeren van een aantal fragmenten uit een officieel rapport - "verscheen boven de kom van het dorp Zuidland een vliegtuig, dat niet minder dan veertien of zestien bommen, zg. lichte, dus van 50 kg liet vallen."

Het waren brisantbommen. De uitwerking was vreselijk.
Ruim 200 gebouwen en woningen werden getroffen. Tien werden volledig met de grond gelijk gemaakt, vele andere zwaar beschadigd en de meeste kregen grote en minder grote glasschade. Drie burgers werden gedood.
Voorts waren er tot grote verbazing van iedereen slechts drie zwaar gewonden die er het leven echter allen hebben afgebracht en met wie het naar omstandigheden zeer goed gaat.
Dat men zich over het gering aantal doden heeft verwonderd ligt voor de hand, wijl huisjes die volkomen met de grond gelijk zijn gemaakt en waarin een heel gezin vertoefde toch geen enkel leven in hun val vernietigden.

Ook dient hier vermeld, dat de buitengewone snelheid van de luchtbeschermingsdienst in al zijn onderdelen het meest mogelijke tot de redding van onder puin bedolven en ingesloten mensen heeft bijgedragen.
De organisatie bleek voortreffelijk, de aktiviteit en koelbloedigheid enorm en ik kan slechts dankbaar zijn voor de uitstekende prestaties van de leden van die dienst, vrijwel alle zeer eenvoudige mannen, maar die wat willen en kunnen betreft, de stoutste verwachting hebben overtroffen.
Behalve de doden die hier j.l. vrijdag en zaterdag zijn begraven betreur ik ook zeer ernstige beschadigingen van de in 1918 gerestaureerde Nederlands Hervormde Kerk en de daarbij staande eveneens toen gerestaureerde toren van de burgerlijke gemeente.

Tenslotte mag ik nog gewagen van de velerlei medewerking die ook de ambachtslieden van hun leveranciers blijkbaar hebben ondervonden en van de ijver en de toewijding en snelheid waarmede ook de timmerlieden, glazenmakers en metselaars onmiddellijk na het gebeurde aan het werk zijn getogen om de getroffen woningen en gebouwen weer tegen regen en wind veilig te stellen.
Het raadhuis is er met een paar scherven door de muren en voorts met glasschade afgekomen, zodat de gemeentediensten vrijwel geregeld konden doorgaan, ofschoon de werkzaamheden doordat het personeel op het ogenblik toch reeds te klein was, wel enige vertraging hebben ondergaan.
Intussen werken we met vereende krachten dat zeer spoedig bij."

Na de Tweede Wereldoorlog werden de geheel verwoeste panden herbouwd. Ons dorp kreeg ook enkele malen bezettingstroepen te herbergen, waarbij verschillende gebouwen door de Duitsers werden opgeeist en in beslag genomen, zo ook de beide scholen in dit dorp.

In de februarimaand van 1944 werd Zuidland plotseling opgeschrikt door geruchten over evakuatie van het dorp.
Aanvankelijk werd dit bericht niet geloofd, maar alras bleek het geen loos gerucht te zijn. Een bevel voor evakuatie voor de polderbewoners en voor het laagst gelegen deel van het dorp volgde.
Velen vertrokken per tram of per wagen met heel hun hebben en houden naar vreemde, weliswaar tijdelijke woonplaatsen. De bewoners van het hoogst gelegen gedeelte van het dorp mochten in hun woningen blijven. Ruim een jaar heeft het water de polder overspoeld.

De troosteloze aanblik die Zuidland toen bood is moeilijk te beschrijven. Toen de polder droog viel was al het natuurlijk groen finaal verdwenen.
Enkele jaren duurde het voordat het land weer als voorheen zijn rijke opbrengst gaf.
Voorts werden telksen mannen en voertuigen gevorderd om arbeid voor de Wehrmacht te verrichten. Het saboteren zat de overgebleven inwoners van Zuidland in het bloed. Dit wisten de Duitsers heel goed en daarom werden meer mensen gevraagd dan nodig waren. Tenslotte gaven er zo weinig aan de oproep gehoor, dat dit voor de bezettende macht niet langer te dulden was.
In de nacht van 26 op 27 oktober 1944 werd een razzia gehouden en alle mannen van 18 tot 60 jaar werden opgekommandeerd. Uit de groep werden diegenen gepakt die telkens saboteerden.
Midden in de nacht moesten zij een strafmars maken van een paar uur naar Hellevoetsluis en terug. 's-Morgens werden zij langs de buitendijk van de polder te werk gesteld.

Verder dient ook nog vermeld te worden de deportatie van joden naar de concentratiekampen in Duitsland.
Er woonden vlak voor en in het begin van de oorlog een flink aantal joden in Zuidland. In het kader van het plan van het nazi-regime, dat de ondergang van het Joodse ras beoogde, werden tal van maatregelen getroffen tegen de joden. Ook in Zuidland was dit het geval. In oktober en november 1942 werden zij weggevoerd om nimmer meer terug te keren.
Mede ter nagedachtenis aan hen werd later het monument voor Oorlogsslachtoffers opgericht, staande nabij de Hervormde Kerk met het opschrift:

" De vrije Meidag is met bloed betaald 1940-45"