^Back To Top

Historische Vereniging Zuytlant

Giften

Een gift kunt u overmaken op IBAN: NL82 RABO 0119.3257.48
ten name van Historische Vereniging Zuytlant.
Uw gift is aftrekbaar mbt uw belastingaangifte.

De Stamboom van Zuidland

stamboomvanzuidland small

Alle Slandenaars verzameld
in woord en beeld 

 

 

Fietje Levie, zomaar een meisje uit Zuidland.

Ter gelegenheid van het leggen van de Stolpersteine in Zuidland op 21 juni 2012 werd voor de scholen een lesbrief gemaakt. Onderstaand verhaal is hieruit afkomstig, samengesteld door mw Riet de Leeuw van Weenen, bekend door de boeken "Een kille in de mediene, Joods leven in Zuidland" en "Matsewa, Joodse begraafplaatsen op Voorne-Putten. Geervliet en Zuidland".


Op 4 juni 1943 wordt de achttienjarige Fietje Levie uit Zuidland vermoord in het vernietigingskamp Sobibor in Polen. In dat kamp werden veel Joodse mensen om het leven gebracht. Fietje was een Joods meisje.

Sobibor was één van de vernietigingskampen van de Duitse nazi's, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog dit soort gruwelijkheden plaatsvonden. Zij waren speciaal gebouwd om grote groepen mensen te vermoorden in gaskamers. Bekende namen van andere vernietigingskampen zijn Auschwitz en Treblinka.

SopieLevieFietje wilde graag kleuterjuf worden. Ze had vriendinnen die veel bij haar thuis kwamen spelen en één daarvan was Rina van der Bom die in Geervliet woonde. Toen Fietje niet meer na 8 uur 's avonds op straat mocht en niet meer bij andere kinderen mocht spelen en er ook geen vriendinnetjes bij haar mochten spelen,
kwam Rina ieder weekend bij Fietje logeren.
Dat mocht ook niet, maar Rina deed het toch. Ze deden dan spelletjes en hadden samen veel plezier.

 

De Jodenvervolging in Zuidland.
Toen de Duitsers op 10 mei 1940 ons land binnenvielen, woonden er twee families Levie in Zuidland. Zij woonden hier al 120 jaar. Ze waren echte Slandenaars.
Al snel maakten de Duitsers het hen moeilijk, samen met de Nederlandse politie en ambtenaren. Zij kregen een grote J op hun persoonsbewijs gestempeld, zodat bij een controle meteen duidelijk was dat zij Joods waren. Er kwamen meer anti-Joodse maatregelen. Joodse leraren werden ontslagen. Daarna verschenen in alle openbare gebouwen bordjes met "Verboden voor Joden" en "Joden niet gewenscht".
In september 1941 moesten alle Joodse kinderen van hun school af en naar een school voor Joodse
kinderen. Fietje moest met Ben Wessels uit Oostvoorne, Roosje Gazan uit Brielle en Charles Levie uit
Spijkenisse van de Ulo in Hellevoetsluis naar de Joodse Ulo in Rotterdam: daar gaven Joodse leraren
les. Ook zij mochten niet meer op een gewone school les geven. Joodse dokters mochten alleen nog

maar Joodse mensen behandelen, Joden mochten in parken en plantsoenen alleen nog maar op speciale banken zitten, later waren de parken ook verboden terrein. 

 

Ze moesten hun auto's, fietsen en radio's inleveren. Ze mochten ook niet meer met openbaar vervoer, niet meer telefoneren. 's Avonds niet meer hun huis uit en ook geen niet-Joods bezoek ontvangen. Overdag ook niet bij niet-Joden op bezoek. Niet meer naar het zwembad of de speeltuin. Joden mochten niets meer.
Toen kwam in mei 1942 de dag dat ze allemaal vanaf 6 jaar een gele ster met het woord 'Jood' op hun kleren moesten dragen, zodat ze altijd goed herkenbaar waren. Die sterren moesten ze voor 1 gulden per stuk kopen. Ook Fietje moest een ster op, op haar jas en op haar jurk. 


En het werd nog veel erger. 
In augustus 1942 moesten veel jongeren vanaf 18 jaar zich melden voor een werkkamp in Duitsland. Als zij niet kwamen zouden de vaders worden opgehaald. Daarom
vertrokken Nathan Wessels uit Oostvoorne, Salomon, Hanny, Miep en Roosje Gazan uit Brielle.
In hun koffer zat warme kleding en goede schoenen, ze moesten naar Polen en daar was het koud.
Op 17 augustus werden ze door hun vader naar het tramstation gebracht. Het trammetje reed eerst naar Loods 24 in Rotterdam: dat was een verzamelpunt. Vandaar naar Westerbork en vervolgens naar Auschwitz. Eind september waren ze niet meer in leven. Maar dat kon niemand bedenken, de ouders bleven hopen op een brief. 

Pienas, de vader van Meijer en Fietje, had er voor gezorgd dat zij niet weg hoefden. Ze kregen hiervoor een speciaal stempel in hun Persoonsbewijs. Toch was er altijd spanning en er werden alvast koffers met kleding klaargezet. Wekenlang zijn Fietje en haar vriendin Rina samen bezig geweest om kleren in orde te maken voor het geval de familie toch nog opgeroepen werd. Intussen  werden allerlei spullen in bewaring gegeven bij vrienden. Want als ze weg moesten, konden ze niet alles meenemen. Er waren mensen die dit hebben gehoord en gezien en het hebben doorverteld en het werd verder doorverteld.

Begin oktober 1942 werd Meijer 
samen met oom Maan gearresteerd. Ze moesten vertellen bij wie zij hun spullen hadden verstopt. Voor straf moesten ze naar het politiebureau in Rotterdam en daarna naar Westerbork waar ze in de gevangenenbarak kwamen. Meijer en Maan werden op 10 november met totaal

758 mensen in een trein naar Auschwitz gestuurd. Ergens onderweg, bij Kosel, stopte de trein en daar moesten Maan en Meijer en nog veel meer mannen, uitstappen. Zij moesten naar een ander kamp om heel hard te werken. De trein reed daarna verder naar Auschwitz. 
Op 28 oktober 1942 werden de Joodse families uit Spijkenisse, Zuidland, Heenvliet en Hellevoetsluis uit hun huis gehaald en naar het tramstation gebracht. De families uit Oostvoorne en Brielle waren toen al weg. Met het trammetje reden ze eerst naar Loods 24 in Rotterdam. Hier werden veel koffers afgepakt en Fietje kreeg hem ook niet meer terug.
De meeste mensen werden hiervandaan doorgestuurd naar Westerbork en vandaar naar een concentratiekamp in Duitsland of Polen. Sommigen gingen naar Amsterdam en moesten in de Hollandse Schouwburg wachten wat er verder over hen werd beslist. Vader Pienas en alle andere families moesten
naar Westerbork. Fietje en haar moeder Mina konden in Amsterdam blijven en zijn daar bij familie gaan wonen in de Louis Bothastraat.
Daarvandaan schreef Fietje brieven aan haar vriendin Rina van der Bom en buurmeisje Jannie Mooldijk. Deze brieven zijn bewaard. Fietje ging helpen in een kleuterschool en had het er heel fijn. Ze schreef aan Rina over haar leven van alle dag. 

Rina stuurde af en toe een pakje met iets lekkers of iets wat Fietje en haar moeder konden gebruiken en gaf dat mee aan beurtschipper Kortenbout in Brielle. Deze man nam stiekem veel pakjes mee en zorgde dat ze bij Joodse families in Amsterdam kwamen.


Kamp Westerbork, Boulevard des MiseresBij een grote razzia in Amsterdam, in mei 
1943, werd Fietje ook opgepakt en moest naar Westerbork. Haar moeder bleef toen alleen achter in Amsterdam. Fietje is maar een paar dagen in Westerbork geweest. Haar vader was daar ook nog. In de vroege morgen van 1 juni werd haar naam genoemd en moest zij met nog 3005
mensen naar de gereedstaande trein. Een tijdje later kreeg Rina een brief die Fietje aan iemand had gegeven of uit de trein gegooid. Ze schreef hierin dat ze jong was en sterk, dus dat ze vast wel terug zou komen. Maar de trein reed naar Sobibor en daar maakte het niet uit of je jong was en sterk. Sobibor was een vernietigingskamp. De trein kwam op 4 juni aan op het kleine station. Nog dezelfde dag werd bijna iedereen uit de trein vermoord.