^Back To Top

Historische Vereniging Zuytlant

Uitbreiding Blushus (wie maakt het vol?)

€ 10000
donation thermometer
donation thermometer
€ 9000
donation thermometer
90%
Laatste update
dec 2016
WIE MAAKT HET VOL? U kunt uw gift overmaken op IBAN: NL82 RABO 0119.3257.48 ten name van Historische Vereniging Zuytlant. Uw gift is aftrekbaar mbt uw belastingaangifte.

De Stamboom van Zuidland

stamboomvanzuidland small

Alle Slandenaars verzameld
in woord en beeld 

 

 

De Watersnoodramp

Op 1 februari 1953 's morgens om 4.50 begon in Zuidland de klok te luiden. De aanvankelijke gedachte was dat er brand was uitgebroken. Evenwel bleek spoedig dat een ander gevaar Zuidland bedreigde, nl. het water.

Aanvankelijk stroomde het water over de dijken, doordat de waterstand zo hoog opliep, dat het water bijna gelijk stond met de kruin van de dijk. Door de krachtige wind werden de golven zo hoog opgezweept, dat het water over de dijk sloeg.
Door het aanhoudend overspoelen van het water werden de dijken aan de binnenkant zacht en gingen afbrokkelen en tenslotte ontstonden er op verschillende plaatsen gaten, waardoor het water met kracht de polder instroomde. Zo vloeiden successievelijk de verschillende polders in Zuidland vol. 
Enkele families liepen, terwijl zij onderweg waren naar het hoogste gelegen deel van het dorp in de stroom, terwijl het nog aardedonker was. Verschillende personen kwamen daarbij om het leven. In totaal vonden in Zuidland 21 mensen de dood tengevolge van de watersnood.

De eerste februari 1953 was het werkelijk noodweer. Een felle noordwester storm veranderde de ondergelopen polders in een binnenzee. Venijnige buien geselden allen en alles wat in hun baan kwam. Zoals reeds werd vermeld waren er velen in Zuidland die nauwelijks hun leven in veiligheid konden brengen. Deze mensen zochten een toevlucht op de zolders van hun woningen of boerderijen. Verscheiden families kwamen geisoleerd te zitten, wachtend op hulp van buitenaf. Die hulp kwam. De vrijwillige brandweer trok met boten er op uit om de mensen van de zolders te halen. Later op de dag kwam er hulp uit Scheveningen. Mensen en boten werden aangevoerd uit deze plaats. Ook kwam er incidenteel nog andere hulp o.a. in de vorm van een amphibie-vaartuig bemand met Duitsers. Met inspanning van alle krachten lukte het tenslotte alle mensen in veiligheid te brengen.

's Maandagavonds waren alle mensen gered, behoudens de een en twintig die bleven in de golven. De geredden werden voor een groot gedeelte afgevoerd naar de (oude) Ahoy hal in Rotterdam, waar zij voorlopig werden ondergebracht. Van die plaats uit werden zij succesievelijk afgevoerd naar hun evakuatieadressen. Het vervoer van de mensen geschiedde met bussen via de Stationsweg.

De primaire taak was het redden van mensenlevens, maar ook het vee mocht niet worden vergeten. Weliswaar vond veel vee een graf in de golven, maar het bleek toch nog mogelijk te zijn een flink aantal koeien te redden.
Het vee werd 'geparkeerd' in het plantsoen op de Ring. Onder al die bedrijven kwam er wel eens een koebeest in de vijver terecht. Zelfs kwam het een keer voor, dat een koe ergens op de Ring een openstaande voordeur binnenstapte en parmantig de trap begon te beklimmen. Het beest kwam niet ver maar werd onder vrolijk gelach van zijn klimpogingen afgebracht.
Al dat vee, dat met de hoeven het plantsoen omploegde, moest zo spoedig mogelijk worden afgevoerd naar veiliger oorden.

Verder is te vermelden de hulpverlening door het Rode Kruis, welke instantie tijdens de rampdagen in Zuidland ontzettend veel goeds heeft verricht. Wij noemen het verstrekken van koud en warm voedsel, soep en koffie. Het Rode Kruis zorgde voorts voor bedden, dekens, kleding enz. Ook drinkwater moest worden aangevoerd. Al met al taken die met behulp van het Roode Kruis, gezien de barre omstandigheden tot een redelijk goede uitvoering kwamen.
Ook de hulp van partikuliere zijde was niet te versmaden. In het hoogstgelegen deel van het dorp waren nog verschillende huizen droog gebleven. Liefderijk werden door de bewoners van deze huizen verschillende geredde gezinnen of alleenstaande personen opgenomen.

Na de eerste dagen van reddingswerk en pure ellende werd geleidelijk het herstel ter hand genomen.
De stroomgaten in de dijken werden voorlopig gedicht. Bij dit werk werden naast Zuidlanders veel arbeidskrachten uit Vlaardingen en omgeving ingezet. Het verdronken vee - groot in aantal - werd afgevoerd. De kadavers werden achter een roeiboot gebonden en gesleept naar enkele verzamelplaatsen aan de Stationsweg. Het destruktiebedrijf haalde dan met auto's de dode beesten op en transporteerde ze verder.
Het gemaal draaide op volle toeren en sloeg het water naar buiten, geassisteerd door hevels die over de buitendijk in het Spui gelegd worden.

Langzaam zakte het peil van het water, dat op sommige plaatsen wel 2 meter hoog stond, gemeten bij de hoogste waterstand. De gemiddelde hoogste waterstand in de polders mag wel worden geschat op 1 meter. Het gewone leven begon zich langzaam te herstellen. Het rampenfonds kwam over de brug met fikse schade-uitkeringen.
Zuidland werd geadopteerd door Maasland en Alphen aan den Rijn. Schoonmaakploegen uit Maasland kwamen helpen om de huizen, die in een zeer ontredderde toestand verkeerden, weer schoon en bewoonbaar te maken. Ook werd begonnen met het herstel van de beschadigde huizen.
De waterlopen werden waar nodig in orde gebracht, om de landerijen te kunnen ontlasten van het zoute water. Door het strooien van gips op de landerijen trachtte men de struktuur van de grond te verbeteren, teneinde deze weder geschikt te maken voor de landbouw, maar het duurde wel enige jaren voordat alle sporen van de ramp waren uitgewist, voordat het land als voorheen zijn kwaliteitsprodukten afleverde.

Het kerkelijk leven ging tijdens de rampweken, zij het wat gebrekkig, toch door. De drie kerken stonden in het water. Op de zondagen echter dienden het Gereformeerd Jeugdhuis (nu cafetaria) en de zaal van Kabbedijk, beide op de Ring, tot kerkzaal voor de kerkgangers.
Het laat zich verstaan, dat de eerste diensten wat emotioneel geladen waren, na al hetgeen wat men meegemaakt had.

Uiterlijk is er thans niet meer zoveel wat aan de ramp herinnert, maar een stenen monument, geflankeerd door 21 grafstenen van de watersnoodslachtoffers, op de nieuwe begraafplaats houdt de herinnering levendig aan het 'zwaar tempeest'.
De inscriptie op het monument spreekt van het geloof, dat de kracht gaf, om al het overkomen leed te dragen. Deze inscriptie luidt:

"Doch de Here is geweldiger dan het bruisen van grote wateren