^Back To Top

Historische Vereniging Zuytlant

Giften

Een gift kunt u overmaken op IBAN: NL82 RABO 0119.3257.48
ten name van Historische Vereniging Zuytlant.
Uw gift is aftrekbaar mbt uw belastingaangifte.

De Stamboom van Zuidland

stamboomvanzuidland small

Alle Slandenaars verzameld
in woord en beeld 

 

 

Zuidland is al vrij oud en gelukkig zijn er documenten geweest die ons hebben geholpen bij het redelijk in kaart brengen van de ontstaansgeschiedenis van het dorp. 
Hieronder treft u de algemene ontstaansgeschiedenis aan van ons dorp, onderverdeeld in stukjes.
Deze documentatie is voornamelijk geciteerd uit de boeken die reeds zijn geschreven door S. de Hoog (Zuidland Dorp uit het Niet), R. Bakker (Zuidland), Joh. van Toledo (Grepen uit de Geschiedenis van Zuidland), en L.W. Hordijk (Het Archief van het Ambacht van Zuidland 1551-1811 van het Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg), alsmede archiefstukken van de Historische Vereniging Zuytlant.

Benamingen

Waarschijnlijk is de oudste naam van ons dorp "Blenkvliet" of Blinkvliet geweest. Deze naam zou zij in 570 hebben gekregen. Dit is echter niet zeker. In enkele charters uit de Bourgondische tijd en ook op de lijsten der kerkelijke goederen van de Utrechtse kerk wordt gesproken van "den dorpe van Westenrijck" en "'t Zuidlandt van Westenrijck", terwijl in een ervan ook gezegd wordt, dat "Westenrijck" bestaat uit "Blinckvliet" en "Zuidland".

In officiele stukken uit de 17e eeuw en 18e eeuw gebruikt men bijna zonder uitzondering de naam "Westenrijck, dat men noemt 't Zuidlandt". Nog later bedient men zich enkel van de naam "Zuidland"

De vermoedelijke herkomst van de naam Koekendorpseweg

hvz3Dit artikel is eerder verschenen in Nieuwsbrief 35, December 2000. Geschreven door C. Beijer.
 

Enige tijd geleden kregen wij van de heer J. Koekendorp uit Rockanje een exemplaar van de “Genealogie van de familie Koekendorp”. De auteur is de heer P. Kramer te Rotterdam, die weliswaar al veel speurwerk heeft verricht, maar in een volgende versie wat meer achtergrondinformatie hoopt te geven over de “Koekendorpen” uit de 18e en 19e eeuw. Niettemin staat er een interessante verklaring in over het (mogelijke) ontstaan van de naam Koekendorp en (daarvan afgeleid) de Koekendorpseweg.

Zoals de heer Kramer in zijn voorwoord schrijft is “Koekendorp” een niet vaak voorkomende familienaam. In 1994 blijken er, verspreid over Nederland, slechts 25 tot 30 personen te zijn met die naam. Echter geen enkele in Zuidland.
De genealogie begint bij Jacob Huijge Koekendorp, de stamvader van alle ( in 1994) nog levende Koekendorpen. Hij werd geboren omstreeks 1665 en woonde in het begin van de 18e eeuw in Nieuwenhoorn. De oorsprong van de naam Koekendorp moet evenwel enkele generaties voor hem liggen.

Het is volgens de heer Kramer zeer aannemelijk, dat de naam is ontstaan in de tweede helft ven de 16e eeuw. Toen bezaten de vermoedelijke voorvaderen van bovengenoemde Jacob Huijge Koekendorp een boerderij even buiten het dorp Zuidland. Uit diverse akten blijkt dat met name Arie Arien en Arie Jansz Couckendorp (geboren ca. 1540) al deze achternaam of toenaam gebruikten. Aanvankelijk waren het arme boeren die alleen voor eigen gebruik produceerden. Onder invloed van belangrijke veranderingen in de landbouw legden zij zich toe op de opslag van veevoer, met name veekoeken.
Nu werd een boerderij of hoeve in het Middelnederlands ook wel aangeduid met “dorp”. Het is daarom voor de hand liggend dat de veekoekenboerderij van Arie Ariens en Arie Jansz werd omschreven als “Couckendorp”.
De weg waaraan deze hoeve stond werd dus de “Couckendorpscheweg” genoemd. Voor het eerst in 1589, in het kohier van Zuidland naar de landmeting van Symon Jansz en Cornelis Jansz, maar ook bij de verpachting van visserij (b.v. in 1614 en 1621).

Lees meer: De  vermoedelijke  herkomst  van  de  naam Koekendorpseweg

De Kerk

In welk jaar de kerk en de toren gesticht werden is niet met zekerheid bekend. Wel is het meer zeker, dat omstreeks het jaar 1400 de Parochiekerk (thans de Hervormde Kerk) met een zijbeuk werd vergroot.

In de loop van de eeuwen heeft de toren een scheve stand gekregen, waarschijnlijk door mindere soliditeit van de materialen gebruikt voor de onderbouw.
In een document van 1763 wordt voor het eerst gesproken over die scheve stand. In het jaar 1918 hing de toren 1.25m uit het lood.
Bij de stichting waren de kerk en toren gewijd aan de Heilige Bartholomeus en toen in 1486 een luidklok werd aangebracht droeg deze tot opschrift:

"Berttelemeus is myn naem,
Myn geluidt sy Gode bequaem,
Al so verre men my hooren sal,
Wil God bewaren overal,
Wouter Kaerwas maakte my in 't Jaer
MCCCCLXXXVI (1486)"

Toen in 1918 de bliksem in de toren sloeg, brandde de toren met het kerkgebouw geheel af en smolt ook de bel. Er werd terstond een nieuwe besteld, die het volgend jaar in de vernieuwde toren werd aangebracht met hetzelfde opschrift als boven genoemd, maar daaraan werd toegevoegd:

"Ik smolt door brand van 23 op 24 juni 1918.
Arie Heers van Bergen herschiep mij in 1919"

In 1759 kreeg de toren ook een goed uurwerk en werden vier vergulde wijzerborden aangebracht, waarop naast de uurcijfers aan de ene zijde het wapen van de heerlijkheid, aan de andere zijde het jaartal 1759 stond.
Aan de kerk was een koor gebouwd, dat na de Reformatie voor alle doeleinden werd gebruikt ; plaatsing voor de brandspuiten, arrestantenlokaal, opberging van allerhande zaken enz. Weer later werd het koor tot zaal ingericht. Deze zaal werd dan verhuurd voor het houden van lezingen, zondagsschool, gymnastiek- en schietoefeningen enz.
Het koor werd eertijds ook gebruikt voor het begraven van de aanzienlijke burgers der gemeente. De graven werden met een zerksteen bedekt, met opschrift, familiewapen of tekens. Ook werd om de kerk begraven.
Het begraven in en om de kerken duurde voort tot in en zelfs geruime tijd na de Franse overheersing. In 1828 werd de begraafplaats aan de Raadhuisstraat (toen Steenenweg) gesticht. Vanaf dat jaar vond het begraven aldaar plaats, totdat in 1956 de nieuwe begraafplaats aan de Kerkweg in gebruik werd genomen.

De Kerkelijke strijd heeft Zuidland niet onberoerd gelaten. Deze gemeente was eertijds geheel Rooms-Katholiek. Allengs ging men tijdens de Reformatie tot het Protestantisme over.
Gedurende enige eeuwen bleef men in Zuidland verenigd in de toenmalige Gereformeerde Staatskerk. De afscheiding, begonnen te Ulrum in 1834, had hier geen institutionering van een gemeente tot gevolg, hoewel de Afgescheidenen omstreeks 1866 hier 's winters predikanten deden optreden met het doel een Afgescheiden gemeente te stichten.
De doleantie deed hier meer stof opwaaien. Een gedeelte van de toenmalige Hervormde gemeente ging doleren.
Hevige ruzie om de kerkelijke goederen tussen de Hervormd geblevenen en de Dolerenden, die zich beiden als rechtmatige voortzetting van de ene kerk beschouwden leidde tot gewapenderhand optreden van de overheid. Zelfs moest hier enige tijd een permanente politieversterking gelegerd worden.

Na enige tijd het Hervormd kerkgebouw te hebben gebruikt, gingen de Dolerenden of Nederduitsch Gereformeerden godsdienstoefeningen houden in een school en in een vlasloods.
Op 12 mei 1889 vond de aanbesteding plaats voor een kerkgebouw, waarvan de eerste steen gelegd werd op 24 mei 1889. Op 18 oktober 1889 vond de ingebruikname plaats. De Dolerende gemeente ging mee met de vereniging tussen een deel der Afgescheidenen en de Dolerenden op Landelijk niveau, en zo was hier de Gereformeerde Kerk ontstaan.

In het voorjaar van 1964 werd door deze kerk het nieuwe Kerkgebouw aan de Wilhelminastraat in gebruik genomen. 
Omstreeks 1915 ontstond ook hier een Christelijke Gereformeerde kerk, gedeeltelijk gevormd door afgescheidenen van de Gereformeerde Kerk.

 

De Tol

Gelijk in vele plaatsen in de Lage Landen het geval was, is ook in Zuidland een tol gevestigd geweest. Op 25 april 1421 - dus ongeveer zeven maanden voor de Sint Elisabethsvloed - gaf Graaf Jan van Beijeren, oom en tegenstander van Jacoba van Beijeren, aan de Geervlietse tollenaar het recht aan alle dorpen die aan de Bornesse of Wiedele lagen, wachten of hulptollenaars aan te stellen.

Over de Bornesse was een overzetveer van Biert, Biersum en Simonshaven op Zuidland en omgekeerd. De aanlegplaats voor de veerschuit hier in Zuidland was het eind van het Hoofd.
En mens en dier die met de veerschuit overgezet werden moesten naast het veergeld tol betalen.
Het Hoofd werd nog door het water bespoeld en geen huis was er nog aangebouwd, maar spoedig na 1421 stichtte de tollenaar een woning aan 't eind van het Hoofd.
Toen de aanslibbing van de Bornesse zover was gevorderd, dat ze niet breder meer was dan het tegenwoordige wateringetje, legde de eigenaar van het tolrecht, de Heer van Zuidland, daarover een stenen brug en sedertdien heette in officiele stukken het tolrecht "het recht van de Brugge".
Eeuwenlang werd dit recht verpacht. Iedere persoon die deze brug passeerde, te voet, moest aan de pachter van het tolrecht 2 duiten betalen. Voor een los paard of een koe moest een stuiver betaald worden en voor een 'chais' of ander rijtuig 2 stuivers.

Omstreeks het jaar 1870 werd door de heer Lodewijk Bijl met de ambachtsheer van Zuidland, de heer Blusse, een overeenkomst gesloten waarbij werd bepaald, dat alle inwoners van Zuidland, alsmede de bewoners van de boerderij, door de heer L.Bijl omtrent diezelfde tijd even buiten de tol gesticht, ten eeuwigen dage vrij zouden zijn van het betalen van tolgeld.

 

Fel uitslaande brand dreigde geheel Zuidland in vlammen te doen opgaan.

(NBC dinsdag 11 april 1950). Eerder gepubliceerd in nieuwsbrief nr 33 (Juni 2000).

Foto0545Op de avond van de tweede Paasdag werd de omgeving van Zuidland opgeschrikt door de brandsirene. Een verschrikkelijk gebeuren kon men hier aanschouwen. De vlasopslagplaats van de heer C. Arkenbout, die meters boven de andere huizen van het dorp uitsteekt, stond in lichterlaaie. Medewerking werd verleend door de brandweercorpsen uit 7 gemeenten.
Tot in de nok van de vlasschuur sloegen de vlammen, die door de orkaan welke woedde, tot ware steekvlammen uitgroeiden. Een vonkenregen daalde op de omgeving neer en het duurde niet lang of ook op de daken van enige aangrenzende huizen, alsmede van de christelijke school, ontstond brand. 

 


Lees meer: Fel  uitslaande  brand  dreigde  geheel  Zuidland  in vlammen  te  doen  opgaan.