^Back To Top

Historische Vereniging Zuytlant

Giften

Een gift kunt u overmaken op IBAN: NL82 RABO 0119.3257.48
ten name van Historische Vereniging Zuytlant.
Uw gift is aftrekbaar mbt uw belastingaangifte.

De Stamboom van Zuidland

stamboomvanzuidland small

Alle Slandenaars verzameld
in woord en beeld 

 

 

Het bestuur en de Keuren

Wij hebben reeds gezien, dat Westenrijck behoorde tot Putten en dat de baljuw van Putten hier de heerlijke rechten uitoefende of die verpachtte of beleende.
Het bestuur, het hoge en lage gerecht, het lijfstraffelijk en halsrecht, alles geschiedde hier door hem of in zijn naam.


De eerste leenman, waarvan men leest, was Hendrik van Drenkwaard, wiens zonenn in 1229 door de baljuw van Putten met het hoge en lage gerecht werden bekleed, d.w.z. met het recht om te gijzelen en om boeten te heffen van degenen, die de 'coeren en ordonnancn' overtraden. En omstreeks 1450 was het weder een Hendrik van Drenkwaard die het lijfstraffelijken halsrecht mocht uitoefenen, d.w.z. die in de naam van de baljuw van Putten aan de lijve mocht straffen en zelfs misdadigers mocht doen ter dood brengen door onthoofding of verdrinking of galg. Ingeval van ter doodbrenging moest de leenmanm tevens zorgen voor begraving van de terechtgestelden, want deze mochten als onzaligen geen eerlijke begrafenis hebben in de kerk of op het kerkhof rondom de kerk.
Wij maakten reeds melding van het 'galgeveld'. Dit lag in de hoek Drogendijk-Krommedijk. Ter plaatse werd daar de doodstraf aan de misdadigers voltrokken door middel van de galg. Wanneer misdadigers door verdrinking om het leven werden gebracht gebeurde dit in een diep meertje (in of nabij de Watering lopend langs de Stationsweg). Hoeveel en welke personen op het galgeveld en in het 'onzalig meertje' zijn terecht gesteld is niet bekend. De Schout, burgemeesters en schepenen maakten zonodig, 'nieuwe coeren en ordonnancen' of gemeenteverordeningen en zorgden voor de naleving der bestaande. De bode had tot taak zoals zijn titel reeds aanduidde, het verrichten van allerlei hem door Schout, burgemeesters en schepenen opgedragen boodschappen en het mondeling aankondigen van de leden van de vroedschap.
Het instituut van de 'buurlieden' was van een geheel andere aard. Deze werden aangewezen door de schout. Als zij hun benoeming aannamen legden zij de eed van trouw aan de Graaf van Holland af. Zij werden verplicht te zorgen dat er 's-nachts en 's-avonds kaarsen brandden achter het raam aan de straatzijde.
Ook moesten zij zorgen dat zij brandladders bij hun woning hadden, voorzien van brandhaken. Voor 1423 was hier al een goed geregeld bestuur, want in dat jaar werd een aantal keuren en ordonnanties in een bundel bijeengebracht.


Wij zagen reeds dat de heerlijke rechten werden uitgeoefend door de Ambachtsheer van Putten. Hij kon die heerlijke rechten weer verkopen of verlenen. Bestuur en rechtsspraak geschiedde door hem of in zijn naam. Bij ontstentenis van een ambachtsheer en dat was nogal vaak, gingen verschillende van de rechten over op de schout, burgemeesters en schepenen.
Vanaf het begin van de tachtigjarige oorlog tot 1731 wordt geen melding gemaakt van heren van Drenkwaard of Ambachtsheren van Zuidland. Wellicht hebben gedurende die tijd de heerlijke rechten behoord bij de rechten van de baljuw van Putten. Na een zeer lange periode, waarin van geen ambachtsheer in archieven van de kerk, gemeente en polder gerept wordt is er in 1731 weer sprake van een ambachtsheer, nl. Pieter van der Mersch en Vrouwe Maria Zijdervelt.
Genoemde Pieter van der Mersch verkreeg in 1731 de waardigheid van Ambachtsheer van Zuidland en Velgersdijk. Hij woonde op een hoeve in de Beningerwaard. Een gewichtige dag voor Zuidland was 18 oktober 1731. Toen maakten de Ambachtsheer en Vrouwe voor het eerst kennis met het hen ondergeschikte bestuur van Zuidland en Velgersdijk. Op die dag werd aan de schepenen medegedeeld aan welke eed zij zich voortaan te houden hadden.


Pieter van der Mersch werd in de ambachtsheerlijkheid opgevolgd door zijn zoon Johannes Anthony van der Mersch. Op 3 december 1791 geeft Vrouwe M.A. van der Vliet, weduwe van Johannes Anthony, aan schout en schepenen kennis, dat zij de ambachtsheerlijkheid Zuidland en Velgersdijk met alle daartoe behorende rechten heeft verkocht aan de Weledel Gestrenge Heer Arend van der Werff te Dordrecht.
Door de afschaffing van de Heerlijke Rechten door de overheid van de Bataafse Republiek en naderhand definitief bij de grondwetsherziening van 1848 verdwenen deze heerlijke rechten en werd Zuidland een gemeente.