^Back To Top

Historische Vereniging Zuytlant

Giften

Een gift kunt u overmaken op IBAN: NL82 RABO 0119.3257.48
ten name van Historische Vereniging Zuytlant.
Uw gift is aftrekbaar mbt uw belastingaangifte.

De Stamboom van Zuidland

stamboomvanzuidland small

Alle Slandenaars verzameld
in woord en beeld 

 

 

Het Dorp

Waneer is de grondslag van het dorp gelegd?
Wij weten het niet. Wel weten we dat het dorp al zeer oud is.

In 1229 moet het al bevolkt zijn geweest. Immers toen kregen de zonen van heer Hendrik van Drenkwaard van Nicolaas I, Heer van Putten "Het hoge en lage gerecht", dat wil zeggen het recht om te straffen met boete en gijzeling. In verband met de verlening van bovengenoemde rechten mag wel worden aangenomen, dat er in dat jaar reeds een bevolking aanwezig was. 
Ook weten we, dat voor 1423 hier al een goed geregeld bestuur bestond, want in dat jaar werd een aantal keuren en ordinantien in een budnel bijeengebracht onder de titel: "Koeren en de Ordonnancen" als die schout, Burgemeesteren en Scepenen van Westenryck versaemt hebben in 't Jaer virthien hondert ende drie en twintich".

Voor hier kaden of dijken waren opgeworpen besloeg de Zuidelijke monding van de Wiedele ongeveer het gehele gebied van ons dorp. En toen door aanslibbing de vroegere genoemde vier gorzen onstonden en in waarde toenamen, maakten zowel de Heer van Voorne als die van Putten er aanspraak op.
Uit verschillende stukken, aanwezig in het Rijksarchief, blijkt dat sommige delen gemeenschappelijk eigendom der beide heren waren en die toestand duurde zelfs voort tot heer Hendrik van Drenkwaard omstreeks het jaar 1200, die leenplichtig was voor 2/5 deel aan de baljuw van Voorne en voor 3/5 deel aan de baljuw van Putten. Na die tijd leest men niet meer van rechten van de Heer van Voorne op de gronden en waren het de Heren van Putten, die toestemming gaven tot het bedijken, die de "heren vande Lande van Westenrijck" in 1229, het hoge en lage gerecht en omstreeks 1540 ook het lijfstraffelijk en halsrecht verleenden. De baljuw van Putten benoemde hier Schout, burgemeesters en Schepenen. Kortom, regering, rechtspraak, alles geschiedde hier door hem of in naam van hem. Het was de Baljuw van Putten die hier de heerlijke rechten uitoefende of die kon verlenen of verkopen of verpachten.
Iemand die door verlening of koop of pacht met de heerlijke rechten was bekleed, droeg de titel van ambachtsheer, leenman van de Ruwaerd van Putten. Tot deze heerlijke rechten behoorden o.a.
1. het aanstellen en ontslaan van schout, burgemeesters en schepenen en bodes;
2. het aanstellen en ontslaan van de schoolmeesters, de bewaarschoolhouders, de chirurgijn, de vroedvrouwen etc.

Omstreeks 1423 was de Bornesse nog over de volle lengte en breedte bevaarbaar. In deze rivier stak het Hoofd uit.
Het Hoofd was niet, zoals nu, ter weerszijden bebouwd. Aan beide zijden van het Hoofd was een aanlegplaats voor schepen. De haven eindigde in een verbreding of kom. Die havenkom lag ongeveer op de plaats waar nu de Ring is. Er was nog geen verbinding tussen Molendijk en Stationsweg.
In die havenkom kwamen twee sluizen uit, waarvan de een met een schuif, de ander met openslaande deuren.
De sluis met deuren liep van uit de havenkom onder de straat door, waar nu ter linkerzijde van het Korte Slop (thans oprit van de Kerkstraat) het oude Schippershuis staat en liep uit in de oude watering via de z.g. bomkelder (onder het Schippershuis, dat in 1637 werd gebouwd).
De sluis deed dubbele dienst. In tijden van droogte tot het inlaten van vers water, in tijden van regenval voor spuiing van het overtollige water in haven en Bornesse.

De andere sluis, die met de schuif, liep ook onder de straat door en ging verder naar huis, thans Ring 22. Deze sluis diende enkel om de brandsloten in en langs het dorp van het nodige water te voorzien. Die brandsloten liepen voornamelijk achter de huizen langs de Achterweg, in het dorp rond de (hervormde) kerk en het (oude) kerkhof. Ze waren reeds van water voorzien om dit in geval van brand bij de hand te hebben.